Winkelmandje

Je winkelmandje is nog leeg.
Hoofdmenu
Kenniscentrum Remblokken vervangen: wanneer, hoe en welk gereedschap je nodig hebt

Remblokken vervangen: wanneer, hoe en welk gereedschap je nodig hebt

20 september 2026

Remblokken zijn een slijtdeel en horen op tijd vervangen te worden. Niet omdat de auto anders meteen stilstaat, maar omdat een versleten remblok de remschijf beschadigt, en dan wordt een klus van een uur een klus van een middag met dubbele onderdelen. In dit artikel lees je hoe je ziet dat remblokken vervangen moeten worden, wanneer je de remschijven meteen meeneemt, en waar het bij deze klus in de praktijk misgaat: bij het terugstellen van de remzuiger.

Zo merk je dat de remblokken op zijn

  • Piepen bij het remmen. De meeste remblokken hebben een metalen slijtage-indicator die tegen de schijf gaat schuren zodra de voering dun wordt. Dat hoge piepen is geen defect maar een signaal.
  • Het remlampje op het dashboard. Auto's met een elektrische slijtagesensor melden het zelf. Let op: de sensor zit vaak maar op een wiel per as, dus de andere kant kan verder versleten zijn dan de melding suggereert.
  • Kijken door de velg. Bij veel velgen zie je het remblok zitten. Is de voering nog maar een paar millimeter dik, dan is het tijd. De meeste fabrikanten hanteren een minimumdikte van rond de 2 tot 3 millimeter voering, dus zonder de metalen rugplaat.
  • Trillen in het pedaal of het stuur. Dat komt meestal van de remschijf, niet van het blok: een schijf die krom is getrokken of ongelijk is afgesleten. Dan zijn nieuwe remblokken alleen niet genoeg.
  • Schuren of knarsen. Een laag, metaalachtig geluid betekent dat de voering weg is en de rugplaat op de schijf loopt. Dan is rijden niet meer verantwoord en is de schijf vrijwel zeker ook aan vervanging toe.

Hoe lang remblokken meegaan is nauwelijks in kilometers te vangen. Vaak ligt het tussen de 30.000 en 70.000 kilometer, maar stadsverkeer, bergen, een zware auto of een aanhanger halveren dat gemakkelijk. Controleer daarom bij elke beurt de dikte, in plaats van op de teller te vertrouwen.

Remschijven tegelijk vervangen, of niet?

Een remschijf heeft een minimumdikte die de fabrikant op de schijf zelf heeft ingeslagen, meestal met de aanduiding "MIN TH". Meet de dikte op het loopvlak, niet aan de rand, want daar staat vaak een roestrand die de schijf dikker doet lijken dan hij is. Zit de schijf onder het minimum, heeft hij diepe groeven, een blauwe verkleuring door oververhitting, of trilt de auto bij het remmen, dan vervang je de remschijven samen met de remblokken. Nieuwe remblokken op een versleten schijf lopen nooit goed in en zijn binnen de kortste keren zelf weer ongelijk afgesleten.

Zit de schijf ruim boven het minimum en is het loopvlak glad, dan volstaan nieuwe remblokken. In beide gevallen geldt: altijd per as, dus links en rechts tegelijk. Verschillende voeringen links en rechts geven een auto die bij hard remmen naar een kant trekt.

Wat je nodig hebt

  • Krik en assteunen, of een brug. Nooit onder een auto werken die alleen op een krik staat.
  • Wielbout- of wielmoersleutel en een momentsleutel voor het terugmonteren
  • Dop- en ringsleutels voor de geleidebouten van de remklauw, bij veel auto's een inbus- of Torx-maat
  • Een remzuiger terugstelset, zie de volgende paragraaf. Zonder dit gereedschap gaat het terugdrukken vaak fout, en met een schroevendraaier beschadig je de stofhoes of de zuiger.
  • Remmenreiniger, een staalborstel of vijl voor de aanligvlakken, en keramisch smeermiddel voor de geleidepennen en de rugplaten
  • Een remklauwhaak om de klauw aan de veer te hangen, zodat de remslang niet aan het gewicht van de klauw hangt
  • Bij het vervangen van de remschijven: gereedschap voor de bouten van de remklauwhouder, die zitten vaak vast, en eventueel een schijfremspreider

De remzuiger is de stap waar deze klus zich onderscheidt van een bandenwissel. Welzh voert daarvoor een complete lijn remzuiger terugstelgereedschap: universele terugstelsets met adapterplaten, een luchtbediende terugstelset voor wie dit dagelijks doet, losse adapters voor onder meer de VAG-groep, en complete remservicesets waar de haken, doppen en borstels al in zitten.

De remzuiger terugstellen: terugdrukken of terugdraaien

Nieuwe remblokken zijn dikker dan de oude, dus de zuiger in de remklauw moet terug om ruimte te maken. Hoe dat moet, hangt af van de klauw:

  1. Voorremmen en achterremmen zonder handrem in de klauw: de zuiger wordt recht teruggedrukt. Dat kan met een terugstelklem of een universele terugsteltang. Druk recht en gelijkmatig, nooit met een schroevendraaier tussen schijf en blok wrikken.
  2. Achterremmen met een geïntegreerde handrem: de zuiger zit op een schroefmechanisme en moet teruggedraaid worden terwijl je licht duwt. Daarvoor heeft de zuiger twee of vier uitsparingen, en daar past een adapterplaat uit een terugstelset op. Recht terugdrukken beschadigt hier het mechanisme, en dat merk je pas als de handrem niet meer vasthoudt.
  3. Elektrische parkeerrem (EPB): de achterklauwen moeten eerst via de diagnoseaansluiting in de servicestand worden gezet, anders werkt de motor tegen. Pas daarna terugstellen zoals bij punt 1 of 2, afhankelijk van het type.

Voordat je de eerste zuiger terugduwt: open het reservoir van de remvloeistof en kijk naar het niveau. Elke zuiger die terug gaat, duwt vloeistof terug naar het reservoir. Staat dat al aan de max, dan loopt het over, en remvloeistof tast lak aan. Is de vloeistof donker of ouder dan twee jaar, dan is dit ook het moment om hem te verversen; hoe dat gaat lees je in ons artikel over remvloeistof vervangen.

Remblokken vervangen, stap voor stap

  1. Wielbouten losbreken terwijl de auto op de grond staat, opkrikken, op assteunen zetten en het wiel eraf halen.
  2. Kijk eerst. Controleer de dikte van de blokken en de schijf, de staat van de stofhoezen en of er remvloeistof bij de klauw zichtbaar is. Een lekkende klauw los je niet op met nieuwe remblokken.
  3. Remklauw losmaken. Bij de meeste zwevende klauwen zitten er twee geleidebouten aan de achterkant; soms zit er een borgclip of een borgveer aan de voorkant. Haal de klauw van de houder en hang hem met de haak aan de veer.
  4. Oude blokken eruit, inclusief de veerclips of de anti-piepplaatjes. Onthoud hoe ze zaten; nieuwe remblokken worden vaak met nieuwe clips geleverd.
  5. Aanligvlakken schoonmaken. Roest en vuil op de houder waar de blokken in schuiven zorgen ervoor dat de nieuwe blokken klemmen. Borstel of vijl ze schoon en breng een dun laagje keramisch smeermiddel aan. Maak de geleidepennen schoon, controleer de rubbers en smeer ze opnieuw.
  6. Zuiger terugstellen zoals hierboven beschreven, met het reservoir open en in het oog.
  7. Bij remschijven vervangen: de bouten van de remklauwhouder losmaken (die zitten vaak vast, kruipolie en een goede dop helpen), de houder eraf, de oude schijf van de naaf (een lichte tik met een hamer op het loopvlak breekt het roest), de naaf schoonmaken tot op het blanke metaal, de nieuwe schijf ontvetten en monteren, de houder terug op moment.
  8. Nieuwe blokken erin met de clips, de klauw terug over de blokken en de geleidebouten op moment vastzetten. De voorgeschreven waarden staan in het werkplaatshandboek van de auto; waarom je hier op moment werkt en hoe je een momentsleutel goed gebruikt, staat in onze aandraaimomenten-tabel.
  9. Rempedaal pompen voordat je gaat rijden, tot het pedaal weer hard aanvoelt. De zuiger staat na het terugstellen namelijk te ver terug en de eerste paar slagen brengen hem alleen maar weer tegen de blokken. Dit vergeten is de gevaarlijkste fout in de hele klus.
  10. Wiel erop, bouten op moment, niveau van het reservoir controleren en bijvullen of aftappen tot het juiste niveau.
  11. Inrijden. Nieuwe remblokken en zeker nieuwe remschijven moeten op elkaar inlopen. Rem de eerste paar honderd kilometer rustig en vermijd noodstops en lang slepen op de rem, anders verglazen de blokken en houd je een piepende rem over.

Wat er misgaat als je het half doet

De fouten die het vaakst terugkomen zijn steeds dezelfde. De zuiger terugdrukken waar hij teruggedraaid moet worden, waardoor de handrem het niet meer doet. De aanligvlakken niet schoonmaken, waardoor de blokken klemmen en aan een kant slijten. Het pedaal niet pompen voor het wegrijden. En nieuwe remblokken op een schijf die al onder het minimum zit. Alle vier zijn ze goedkoper om te voorkomen dan om te herstellen.

Veelgestelde vragen

Kun je zelf je remblokken vervangen?
Ja, als je veilig kunt werken met een krik en assteunen, een momentsleutel hebt en het juiste gereedschap om de remzuiger terug te stellen. De klus zelf is overzichtelijk; het risico zit in het terugstellen, het aandraaien op moment en het vergeten te pompen voor het wegrijden. Twijfel je bij een elektrische parkeerrem, dan is dat het moment om de klus uit te besteden.

Hoe merk je dat je remblokken op zijn?
Aan een hoog piepen bij het remmen (de slijtage-indicator), een melding op het dashboard, een voering die door de velg heen zichtbaar dun is, of een schurend geluid. Dat laatste betekent dat de rugplaat de schijf raakt en is een reden om direct te stoppen met rijden.

Hoeveel kost het om je remblokken te vervangen?
Doe je het zelf, dan betaal je de blokken en eenmalig het gereedschap; een terugstelset gebruik je daarna bij elke volgende as en elke volgende auto. In een garage komt daar arbeidsloon bij, en dat is meestal het grootste deel van de rekening. Moeten de remschijven ook mee, dan verdubbelen de onderdelenkosten ongeveer.

Moet ik de remschijven tegelijk met de remblokken vervangen?
Alleen als de schijf onder de ingeslagen minimumdikte zit, diepe groeven of verkleuring heeft, of trilt bij het remmen. Is de schijf nog dik en glad, dan volstaan nieuwe blokken. Vervang in beide gevallen altijd per as.

Waarom moet ik het rempedaal pompen na het vervangen?
Omdat de zuigers na het terugstellen ver terug in de klauw staan. De eerste slagen van het pedaal brengen alleen de zuigers weer tegen de blokken. Rij je weg zonder te pompen, dan heb je bij de eerste rem geen remwerking.